Paragraaf Lokale heffingen |
|---|
- Inleiding
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de door de gemeente Wassenaar geheven gemeentelijke heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk.
- Algemene begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- COELO: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden
- BSGR: Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
- Ozb: onroerendezaakbelasting
- Algemene dienstverlening: burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen, secretarieleges, bijzondere wetten
- Secretarieleges: verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen (BRP), bestuursstukken, vastgoedinformatie, overige publiekszaken, gemeentearchief
- Bijzondere wetten: Huisvestingswet, Leegstandswet, Gemeentegarantie, Kansspelen, Kabels en leidingen, Verkeer en vervoer (ontheffing APV), diversen
- APV-vergunningen: horeca, organiseren van evenementen of markten, prostitutiebedrijven, kamperen, marktstandplaatsen, Winkeltijdenwet, ventvergunning, standplaatsvergunning
- De overhead die aan een heffing wordt toegerekend wordt via onderstaande formule berekend:
Opslag taakveld = |
|---|
- Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)
De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) verzorgt de uitvoering van een aantal belastingen voor de gemeente Wassenaar. Dit betekent dat de volledige heffing en invordering van deze belastingen, inclusief de waardering in het kader van de Wet WOZ, is overgedragen aan de BSGR. Het voorgaande geldt voor de volgende belastingen: de onroerendezaakbelasting (ozb), baatbelasting, riool- en waterzorgheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, ondernemersheffing en de BIZ (Bedrijven investeringszone)-bijdragen.
- Overzicht geraamde baten gemeentelijke heffingen
De totaal geraamde opbrengst gemeentelijke heffingen bedraagt in 2026 ruim € 29.169.000. In onderstaande tabel zijn de geraamde opbrengsten van de gemeentelijke heffingen voor 2025 en 2026 weergegeven.
Tabel 7.1 Opbrengst uit gemeentelijke heffingen bedragen x € 1.000
Geraamde opbrengst gemeentelijke heffingen | 2025 | 2026 | mutatie t.o.v. 2025 |
|---|---|---|---|
Onroerendezaakbelastingen (ozb) woningen | 9.851 | 10.333 | 482 |
Onroerendezaakbelastingen (ozb) niet woningen | 3.659 | 3.838 | 179 |
Hondenbelasting | 210 | 220 | 10 |
Toeristenbelasting | 2.266 | 2.387 | 121 |
Baatbelasting | 11 | 11 | - |
Precariobelasting op met name uitstallingen | 139 | 146 | 7 |
Ondernemersheffing | 93 | 98 | 5 |
BIZ-bijdragen (Bedrijveninvesteringszones) | 73 | 73 | - |
Afvalstoffenheffing | 6.459 | 6.539 | 80 |
Riool- en waterzorgheffing | 3.001 | 3.049 | 48 |
Marktgelden | 35 | 35 | - |
Liggelden | 14 | 14 | - |
Begraafplaatsrechten | 57 | 57 | - |
Leges | 2.710 | 2.759 | 49 |
Subtotaal opbrengsten | 28.578 | 29.559 | 981 |
Kwijtschelding | -379 | -390 | -11 |
Totaal geraamde opbrengst gemeentelijke heffingen | 28.199 | 29.169 | 970 |
Bij de heffingen (afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, marktgelden, liggelden, begrafenisrechten en leges) mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van de BSGR en de kosten van toezicht meegenomen, maar de beleidsuren en uren van handhaving niet.
Bij de belastingen (ozb, hondenbelasting, toeristenbelasting, baatbelasting, precariobelasting) geldt deze eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelden van de gemeenten terecht.
- Onroerendezaakbelasting (ozb)
De ozb wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen. De BSGR bepaalt jaarlijks een nieuwe WOZ-waarde van de woning of niet-woning.
Drie groepen krijgen een aanslag ozb, namelijk eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen. Voor iedere groep geldt een eigen ozb-tarief. Gebruikers van woningen, bijvoorbeeld huurders, krijgen geen aanslag ozb.
De uitkomsten van de taxatie door de BSGR zijn voor de Begroting 2026 nog niet definitief. Daarom wordt gerekend met (geactualiseerde) waardegegevens van 2025 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen.
De voorlopige verwachting is dat in de gemeente Wassenaar de gemiddelde WOZ-waarde stijgt bij woningen met 4,5% en bij niet-woningen met -0,1%. Op 16 december 2025 worden op basis van de meest recente waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen de ozb-tarieven 2026 vastgesteld door de gemeenteraad.
De waardestijging van de woningen en niet-woningen leidt niet tot een hogere opbrengst ozb, omdat de waardestijging gecompenseerd wordt door een verlaging van de tarieven. De totale opbrengst van de ozb wordt geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9% (en niet de tarieven).
- Hondenbelasting
De hondenbelasting wordt geheven voor het houden van een hond. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
Tabel 7.2 Tarieven hondenbelasting (in €)
Hondenbelasting | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
Eerste hond | 95,04 | 99,72 | 104,64 |
Tweede hond | 142,80 | 149,76 | 157,20 |
Elke volgende hond | 188,40 | 197,64 | 207,36 |
Kennel | 200,52 | 210,36 | 220,56 |
*Bovenstaande tarieven voor 2026 zijn nog niet definitief. Deze kunnen in de verordening nog aangepast worden.
- Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf, maar het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. Degene die gelegenheid biedt tot verblijf mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gasten. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
Tabel 7.3 Tarieven toeristenbelasting (in €)
Toeristenbelasting | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
Tarieven per persoon: | |||
Per overnachting (camping) | 1,70 | 1,78 | 1,87 |
Per overnachting (hotel/pension) | 4,28 | 4,49 | 4,71 |
*Bovenstaande tarieven voor 2026 zijn nog niet definitief. Deze kunnen in de verordening nog aangepast worden.
- Baatbelasting
Binnen een door de gemeenteraad vastgesteld gebied wordt een baatbelasting geheven ter zake van de in dat gebied gelegen onroerende zaak die gebaat is door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door om met medewerking van de gemeente. De in de verordeningen baatbelasting vastgestelde tarieven blijven gedurende de looptijd van de verordening ongewijzigd.
- Precariobelasting
De precariobelasting wordt geheven als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt geheven van degene wie of ten behoeve van wie een om meer voorwerpen genoemd in de verordening en de daarbij horende tarieventabel, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen.
De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Wassenaar 2026. Deze wordt in de gemeenteraad van 4 november 2025 vastgesteld.
- Ondernemersheffing
Binnen in een door de gemeenteraad vastgesteld gebied wordt een ondernemersheffing (ook wel reclamebelasting genoemd) geheven voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De ondernemersheffing wordt geheven van de gebruiker van een vestiging met een openbare aankondiging. De gemeente keert de opbrengst (verminderd met de perceptiekosten en oprichtingskosten) uit aan Stichting Centrummanagement Wassenaar.
- Bedrijveninvesteringszones (BIZ-bijdragen)
Een bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een afgebakend gebied, waarbinnen ondernemers samen investeren in een aantrekkelijker en veiliger gebied (winkelgebied, bedrijfsomgeving). Voor de BIZ-bijdragen treedt de gemeente op als dienstverlener. De stichtingen of verenigingen zorgt voor de plannen en de uitvoering ervan. De bij aanvang van de BIZ opgestelde verordening geldt voor het hele BIZ-tijdvak (maximaal vijf jaar, deze periode kan steeds verlengd worden voor maximaal vijf jaar) en bevat de tarieven voor alle jaren. De gemeente Wassenaar kent de BIZ Maaldrift 2021 en de BIZ Centrum Wassenaar 2022. Op dit moment wordt nagaan of er voldoende draagvlak is om de BIZ Maaldrift 2021 te verlengen. In 2026 wordt bekeken of er voldoende vraagvlak is om de BIZ Centrum Wassenaar 2022 te verlengen.
- Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing wordt van de gebruiker geheven om de kosten van het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen. Uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven. In de tarieven is ook een tariefsverhoging van Avalex verwerkt.
Tabel 7.4 Tarieven en kostendekkendheid afvalstoffenheffing (in €)
Afvalstoffenheffing | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
Vast tarief eenpersoonshuishouden (gelaagde bouw) | 352,20 | 409,80 | 429,84 |
Vast tarief meerpersoonshuishouden (gelaagde bouw) | 507,12 | 590,04 | 617,04 |
Vast tarief eenpersoonshuishouden ( laagbouw) | 359,28 | 417,96 | 438,48 |
Vast tarief meerpersoonshuishouden (laagbouw) | 517,32 | 601,80 | 631,20 |
Per extra container groente-, fruit- en tuinafval (GFT) | 51,60 | 60,00 | 62,88 |
Per extra container huishoudelijke afvalstoffen | 517,32 | 601,80 | 631,20 |
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 5.539.513 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead inclusief (omslag)rente | 275.059 | ||
- Btw | 1.028.174 | ||
Totale kosten | 6.842.746 | ||
Opbrengst heffingen | 6.539.076 | ||
Dekkingspercentage | 95,6% |
*Bovenstaande tarieven voor 2026 zijn nog niet definitief. Deze kunnen in de verordening nog aangepast worden.
- Riool- en waterzorgheffing
De riool- en waterzorgheffing wordt geheven van de gebruiker. De hoogte van de riool- en waterzorgheffing wordt bepaald door het waterverbruik. De gegevens omtrent het waterverbruik worden door Dunea aan de BSGR geleverd. De BSGR verwerkt deze gegevens voor het kunnen opleggen van de aanslag riool- en waterstofheffing op basis van onderstaande tarieven.
Onderstaande tarieven voor 2026 en de berekening kostendekkendheid zijn gebaseerd op de huidige stand van wet- en regelgeving. Uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven.
Op dit moment wordt door de VNG, de Unie van Waterschappen en Vewin een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de vraag of de huidige regelgeving nog voldoet. Drinkwaterbedrijven betwijfelen of het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing en het Waterschapsbesluit een toereikende juridische grondslag bieden voor de gegevensverstrekking aan gemeenten en waterschappen. Zij maken zich zorgen over de privacy van hun klanten. De resultaten van het onderzoek worden eind september 2025 verwacht. In afwachting van de resultaten van dit onderzoek wordt de verordening riool- en waterzorgheffing 2026 voor de gemeente Wassenaar in december 2025 aan de gemeenteraad aangeboden. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek zal de heffingsgrondslag voor de riool- en waterzorgheffing mogelijk gewijzigd moeten worden.
Tabel 7.5 Tarieven en kostendekkendheid riool- en waterzorgheffing (in €)
Riool- en waterzorgheffing | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
Huishouden | |||
Vast tarief eenpersoonshuishouden | 143,28 | 145,20 | 152,40 |
Vast tarief meerpersoonshuishouden | 143,28 | 215,04 | 225,60 |
Waterverbruik per m3 boven 80 m3 | 1,80 | n.v.t. | n.v.t. |
Waterverbruik per m3 boven 250 m3 | n.v.t. | 2,20 | 2,31 |
Bedrijf | |||
Vastrecht t/m 1.000 m3 | 214,80 | 215,04 | 225,60 |
Vastrecht boven 1.000 m3 | 1.791,60 | 1.836,36 | 1.926,24 |
Waterverbruik per m3 boven 120 m3 | 1,80 | n.v.t. | |
Waterverbruik per m3 boven 250 m3, maar niet meer dan 1.000 m3 | n.v.t. | 1,85 | 1,94 |
Waterverbruik per m3 boven 1.000 m3 | 0,78 | 0,80 | 0,84 |
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 2.549.483 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | -22.473 | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead inclusief (omslag)rente | 338.822 | ||
- Btw | 201.227 | ||
Totale kosten | 3.067.059 | ||
Opbrengst heffingen | 3.049.254 | ||
Dekkingspercentage | 99,4% |
*Bovenstaande tarieven voor 2026 zijn nog niet definitief. Deze kunnen in de verordening nog aangepast worden.
- Marktgelden
Marktgelden worden geheven voor het gebruiken van openbare grond c.q. het innemen van een standplaats op het marktterrein, gedurende de tijd dat het markt is. De opbrengst is afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de weekmarkt. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
Tabel 7.6 Tarieven en kostendekkendheid marktgelden (in €)
Marktgelden | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
Standplaats | |||
Per strekkende meter, per dag | 4,28 | 4,49 | 4,71 |
Per strekkende meter, per kwartaal | 42,72 | 44,81 | 47,01 |
Achterruimte | |||
Per strekkende meter, per dag | 1,71 | 1,79 | 1,88 |
Per strekkende meter, per kwartaal | 17,09 | 17,93 | 18,81 |
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 41.577 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead inclusief (omslag)rente | 9.794 | ||
- Btw | 4.690 | ||
Totale kosten | 56.061 | ||
Opbrengst heffingen | 35.164,00 | ||
Dekkingspercentage | 62,7% |
*Bovenstaande tarieven voor 2026 zijn nog niet definitief. Deze kunnen in de verordening nog aangepast worden.
- Liggelden
Liggelden worden geheven voor het met een vaartuig langer dan 12 uur achtereen innemen van een ligplaats in de openbare wateren. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%.
Tabel 7.7 Tarieven liggelden (in €)
Liggelden | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
Per m2 oppervlakte van het vaartuig, per jaar per vaartuig | 9,15 met een minimum van | 9,60 met een minimum van | 10,07 met een minimum van 50,34 |
Per m2 oppervlakte van het vaartuig, per maand per vaartuig | 1,17 met een minimum van | 1,23 met een minimum van | 1,29 met een minimum van 12,75 |
Per m2 oppervlakte van het vaartuig, per (maximaal zeven dagen) week, per vaartuig | 0,60 met een minimum van | 0,63 met een minimum van | 0,66 met een minimum van 6,45 |
*Bovenstaande tarieven voor 2026 zijn nog niet definitief. Deze kunnen in de verordening nog aangepast worden.
- Begraafplaatsrechten
Begraafplaatsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en het gebruik van de diensten die daarbij worden verleend. De gerealiseerde opbrengst is al een aantal jaar relatief stabiel en is hoofdzakelijk afhankelijk van het aantal begrafenissen.
Uitgangspunt voor de tarieven is in het algemeen 100% kostendekkendheid. Gelet op het relatief geringe aantal begrafenissen en de structurele onderhoudslasten, is dit voor deze taak niet te realiseren zonder (grote) tariefsverhogingen en/of teruggang in het onderhoud. De tarieven worden daarom geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4,9%. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening op de heffing en invordering van rechten voor de algemene begraafplaats Persijnhof Wassenaar 2026. Deze wordt in de gemeenteraad van 16 december 2025 vastgesteld.
Tabel 7.8 Kostendekkendheid begrafenisrechten (in €)
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
|---|---|---|---|
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente | 271.797 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead inclusief (omslag)rente | 126.569 | ||
- Btw | 5.072 | ||
Totale kosten | 403.437 | ||
Opbrengst heffingen | 56.781 | ||
Dekkingspercentage | 14,1% |
- Leges
Leges mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 4.9%. Een aantal legestarieven is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor een paspoort en een rijbewijs. In die gevallen wordt het maximale tarief gehanteerd.
Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening op de heffing en invordering van leges Wassenaar 2026. Deze wordt naar verwachting in de gemeenteraadsvergadering van 16 december 2025 vastgesteld.
De tarieventabel behorende bij de Legesverordening bestaat uit drie hoofdstukken: Algemene dienstverlening, dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet en dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (specifiek voor ondernemers).
Op basis van de berekening van de kostendekkendheid is alleen binnen hoofdstuk 1 (Algemene dienstverlening) sprake van kruissubsidiëring. De leges voor huwelijkssluitingen zijn op begrotingsbasis meer dan kostendekkend. Dit is toegestaan zolang de kostendekkendheid van het totaal van de binnen deze titel geheven leges niet meer dan 100% kostendekkend is.
Afhankelijk van het soort en aantal aanvragen omgevingsvergunning kunnen de legesopbrengsten fluctueren. Eventuele meer- of minderopbrengsten worden glad getrokken via de bestemmingsreserve egalisatie omgevingsvergunningen.
Tabel 7.9 Kostendekkendheid leges algemene dienstverlening (hoofdstuk 1 van de tarieventabel) (in €)
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
|---|---|---|---|
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en) | 633.302 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead | 192.626 | ||
- Btw | - | ||
Totale kosten | 825.928 | ||
Opbrengst heffingen | 774.768 | ||
Dekkingspercentage | 93,8% |
Tabel 7.10 Kostendekkendheid leges dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
(hoofdstuk 2 van de tarieventabel) (in €)
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
|---|---|---|---|
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en) | 1.332.247 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead inclusief | 648.722 | ||
- Btw | - | ||
Totale kosten | 1.980.969 | ||
Opbrengst heffingen | 1.978.306 | ||
Dekkingspercentage | 99,9% |
Tabel 7.11 Kostendekkendheid leges dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (hoofdstuk 3 van de tarieventabel) (in €)
Berekening kostendekkendheid | 2026 | ||
|---|---|---|---|
Netto kosten taakveld(en): | |||
- Kosten taakveld(en) | 19.229 | ||
- Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen | - | ||
Toe te rekenen kosten: | |||
- Overhead | 11.252 | ||
- Btw | - | ||
Totale kosten | 30.481 | ||
Opbrengst heffingen | 5.612 | ||
Dekkingspercentage | 18,4% |
- Overzicht lokale lastendruk
Bij de lokale lastendruk nemen we de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing mee in de berekening. Bij de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met containers van 120, 140 of 240 liter. Voor de rioolheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een waterverbruik van maximaal
250 m³ per jaar. De woonlasten voor 2026 zijn nog niet bekend.
Tabel 7.12 Woonlasten in de gemeente Wassenaar (in €)
Eigenaar woning | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|
Gemiddelde WOZ-waarde | 729.000,00 | 746.000,00 | |
ozb-tarief | 0,0984% | 0,1089% | |
ozb-tarief | 717,34 | 812,39 | |
Afvalstoffenheffing | 517,32 | 601,80 | |
Rioolheffing | 145,20 | 152,40 | |
Totaal gemiddelde woonlasten | 1379,86 | 1566,59 |
*De gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen in Wassenaar volgens opgave van de Waarderingskamer.
Om een beeld te krijgen van de gemeentelijke woonlasten van de burgers van de gemeente Wassenaar is een vergelijking gemaakt met die van regionale gemeenten aangevuld met die van de gemeente Bloemendaal. De vergelijking is gebaseerd op het jaar 2025. De bron van onderstaande gegevens betreft de COELO Atlas van de lokale lasten 2025.
Voor de berekening van de woonlasten is door COELO uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning in de betreffende gemeente, een tweepersoonshuishouden met een gemiddelde hoeveelheid afval en bij de rioolheffing, indien het tarief bepaald wordt door het waterverbruik, een gemiddeld waterverbruik. In de woonlasten zijn de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en de ozb meegenomen. Gezien de andere uitgangspunten van COELO voor de gemiddelde WOZ-waarde en daarmee de ozb, wijken de woonlasten in tabel 13 iets af van die in tabel 12.
Op 16 december 2025 worden op basis van de meest recente waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen de ozb-tarieven 2026 vastgesteld door de gemeenteraad.
Tabel 7.13 Vergelijking woonlasten meerpersoonhuishoudens in 2025 volgens Atlas lokale lasten COELO (in €)
Gemeente | Gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning | ozb | Afvalstoffen-heffing meerpersoons-huishouden | Rioolheffing meerpersoons-huishouden | Woonlasten |
|---|---|---|---|---|---|
Wassenaar | 942.000 | 1.026 | 602 | 215 | 1.843 |
Leidschendam-Voorburg | 548.000 | 388 | 452 | 245 | 1.085 |
Oegstgeest | 688.000 | 848 | 489 | 269 | 1.606 |
Voorschoten | 628.000 | 778 | 518 | 243 | 1.539 |
Bloemendaal | 1.107.000 | 1.234 | 570 | 313 | 2.117 |
*De gemiddelde WOZ-waarde per gemeente volgens opgave COELO gebaseerd op de koopwoningen. De WOZ-waarden van huurwoningen zijn niet meegenomen.
19. Kwijtscheldingsbeleid
Het kwijtscheldingsbeleid bepaalt voor welke belastingen kwijtschelding mogelijk is en onder welke voorwaarden. Inwoners met een inkomen tot ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen voor kwijtschelding in aanmerking komen. Dit geldt ook voor kleine zelfstandigen voor hun privé-belastingschulden. Alleen op enkele kleine onderdelen kan (binnen wettelijke grenzen) afgeweken worden van de landelijke regeling.
In Wassenaar is kwijtschelding mogelijk voor de ozb, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de hondenbelasting (alleen eerste hond). Voor de overige heffingen is geen kwijtschelding mogelijk.
De kwijtscheldingsnorm in Wassenaar is bepaald op de maximaal door het Rijk toegestane 100% van de bijstandsnorm. Dat wil zeggen dat iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking komt voor kwijtschelding, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning).
De kwijtschelding wordt uitgevoerd door de BSGR. De bedragen aan kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en rioolheffing worden als kosten meegenomen bij het bepalen van de tarieven.
