Paragraaf Financiering |
|---|
Inleiding
De Paragraaf Financiering bevat de beleidsvoornemens t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend, en de financieringsbehoefte (Bron: Richtlijnen BBV artikel 13, 20 t/m 23).
Bij het samenstellen van de Paragraaf Financiering zijn voor de tabellen de volgende bronnen gebruikt:
- 2024: op basis van de Jaarrekening 2024
- 2025: op basis van de (primaire) Begroting 2025
- 2026-2029: volgens het Prognose model gemeenten (PMG), met inachtneming van de lening behoefte zoals opgenomen in de Begroting 2025 en Kadernota 2026.
In deze paragraaf wordt ingegaan op:
- Beleidskader 2026-2029
- Algemene ontwikkelingen
- Rente ontwikkelingen
- Financieringspositie
- Risico-inventarisatie en -kwantificering
- Rentelasten en toegerekende rente
- Uitzetten van overtollige geldmiddelen.
Beleidskader 2026 - 2029
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de basis voor de financiering en de treasurytaken van de gemeente. In het Treasurystatuut gemeente Wassenaar 2021 staan de doelstelling en uitgangspunten voor het vervullen van de Treasuryfunctie binnen de gemeente Wassenaar opgenomen.
Algemene ontwikkelingen
De uitgaande en inkomende geldstromen van de gemeente fluctueren en zijn sterk afhankelijk van het investeringsvolume, de voortgang van investeringsprojecten en de spreiding van de jaarlijkse reguliere uitgaven en inkomsten. De komende jaren zal de financieringsbehoefte voor de onderhanden en geplande investeringen voor onderwijshuisvesting, sportaccommodaties, wegen en riolering onverminderd groot blijven. Gezien de terugloop van de bankstand, betekent dit dat de gemeente Wassenaar vanaf 2026 zal moeten gaan lenen.
Rente ontwikkelingen
In de begroting is voor investeringen gerekend met een geschat afgerond rentepercentage van 3,0%. Dit is in lijn met het gehanteerde uitgangspunt in de Kadernota 2026. De ontwikkeling van de rentetarieven op de geld- en kapitaalmarkt wordt nauwlettend gevolgd. De gemeente Wassenaar heeft hier geen invloed op en zal de tarieven als een gegeven aanvaarden.
Financieringspositie 2026
Voor de bepaling van de financieringspositie zijn de financieringsbehoefte (geïnvesteerd vermogen in de huidige en nieuwe vaste activa) en de financieringsmiddelen (opgenomen langlopende leningen, reserves en voorzieningen) van belang. Onderstaande prognose meerjarenbalans geeft een overzicht voor de komende jaren. Deze meerjarenbalans is opgesteld in de veronderstelling dat de lopende investeringskredieten zullen worden gerealiseerd in de komende jaren, gecorrigeerd met enig planningsoptimisme. In deze balans is rekening gehouden met de financieringsbehoefte zoals opgenomen in de Begroting 2025 en Kadernota 2026.
Tabel 10.1 Prognose meerjarenbalans Bedragen x € 1.000
Prognose meerjarenbalans | Realisatie | Begroting | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |
ACTIVA | ||||||
Vaste activa | ||||||
Immateriële vaste activa | 39 | 37 | 35 | 33 | 31 | 29 |
Materiële vaste activa | 59.597 | 64.655 | 69.241 | 72.521 | 75.524 | 78.496 |
Financiële vaste activa | 5.407 | 5.465 | 5.599 | 5.736 | 5.873 | 6.010 |
Totaal vaste activa | 65.043 | 70.157 | 74.875 | 78.290 | 81.428 | 84.535 |
Vlottende activa | ||||||
Uitzettingen met looptijd< 1 jr | 5.199 | 5.199 | 5.199 | 5.199 | 5.199 | 5.199 |
Uitzettingen in Rijks Schatkist met een looptijd <1 jaar | 4.038 | - | - | - | - | - |
Vorderingen openbare lichamen (BCF) | 8.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 |
Liquide middelen | 40 | - | - | - | - | - |
Overlopende activa | 6.612 | 6.612 | 6.612 | 6.612 | 6.612 | 6.612 |
Totaal vlottende activa | 23.889 | 19.811 | 19.811 | 19.811 | 19.811 | 19.811 |
Totaal activa | 88.932 | 89.968 | 94.686 | 98.101 | 101.239 | 104.346 |
PASSIVA | ||||||
Vaste passiva | ||||||
Reserves | 56.223 | 55.726 | 56.745 | 56.785 | 56.978 | 56.113 |
Resultaat boekjaar | 965 | 1.471 | 40 | 193 | -865 | -908 |
Voorzieningen | 17.351 | 15.361 | 12.389 | 10.443 | 8.497 | 6.551 |
Vaste schuld | 117 | 117 | 5.117 | 10.117 | 15.117 | 15.653 |
Totaal vaste passiva | 74.656 | 72.675 | 74.291 | 77.538 | 79.727 | 77.409 |
Vlottende passiva | ||||||
Vlottende schuld | 4.877 | 7.894 | 10.996 | 11.164 | 12.113 | 17.538 |
Overlopende passiva | 9.399 | 9.399 | 9.399 | 9.399 | 9.399 | 9.399 |
Totaal vlottende passiva | 14.276 | 17.293 | 20.395 | 20.563 | 21.512 | 26.937 |
Totaal passiva | 88.932 | 89.968 | 94.686 | 98.101 | 101.239 | 104.346 |
Risico-inventarisatie en kwantificering
De risico’s voor de gemeente zijn:
- Renterisico op de vlottende schuld (kasgeld limiet)
- Renterisico op de vaste schuld (rente risiconorm)
- Kredietrisico verstrekte geldleningen
1. Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kortgeld (looptijd ‹ 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Met een begrotingstotaal van circa € 95 miljoen bedraagt de toegestane kasgeldlimiet voor 2026 € 8,1 miljoen (8,5%). Dit is de bovengrens van de toegestane omvang van de kortlopende schuld. Het is op grond van de Wet Fido niet toegestaan om geld te lenen met als enig doel het maken van (rente) winst.
Tabel 10.2 Kasgeldlimiet Bedragen x €1.000
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Vlottende schulden | 2.366 | 242 | - | 2.568 |
Vlottende middelen | 4.633 | 4.633 | 5.734 | 4.633 |
Netto vlottende schuld | -2.267 | -4.391 | -5.734 | -2.065 |
Toegestane kasgeldlimiet | ||||
Begrotingstotaal | 95.520 | 94.283 | 94.484 | 94.446 |
Kasgeldlimiet in percentage grondslag | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% |
Minimum bedrag | 300 | 300 | 300 | 300 |
Toegestane kasgeldlimiet | 8.119 | 8.014 | 8.031 | 8.028 |
Ruimte onder de kasgeldlimiet | 10.386 | 12.405 | 13.765 | 10.093 |
De gemeente financiert, indien nodig, de lopende betalingen en ontvangsten tot het maximum van de kasgeldlimiet met kortlopende geldleningen (kas- en daggeld). Indien de kasgeldlimiet is bereikt zal een langlopende lening moeten worden aangetrokken.
2. Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld
(> 1 jaar). De norm geeft aan over welk maximaal bedrag per jaar renterisico gelopen mag worden. Dit betreft onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden maar ook de herfinanciering van aflossingen. Door spreiding in de tijd van aflossingen en herzieningen wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20% en betekent voor onze gemeente een renterisiconorm welk schommelt tussen de € 18 miljoen en € 19 miljoen.
Tabel 10.3 Renterisiconorm Bedragen x €1.000
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Renteherzieningen | 150 | 300 | 450 | 450 |
Herfinanciering | - | - | - | - |
Renterisico ( vaste schulden) | 150 | 300 | 450 | 450 |
Toegestane renterisconorm | ||||
Begrotingstotaal (lasten) | 95.520 | 94.283 | 94.484 | 94.446 |
Percentage regeling (in %) | 20 | 20 | 20 | 20 |
Minimum bedrag | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
Toegestane renterisiconorm | 19.104 | 18.857 | 18.897 | 18.889 |
Ruimte onder de renterisiconorm | 18.954 | 18.557 | 18.447 | 18.439 |
3. Kredietrisico verstrekte geldleningen
Het kredietrisico op verstrekte geldleningen wordt omschreven als de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. In onderstaande tabel is een overzicht per risicogroep opgenomen.
Tabel 10.4 Kredietrisico Bedragen x €1.000
Kredietrisico op verstrekte gelden | Restant schuld per 1/1/26 | % |
|---|---|---|
Geldlening (Alliander) | 2.829 | 57% |
Geldlening SVN | 1.903 | 38% |
Hypothecaire leningen personeel | 138 | 3% |
Hypothecaire lening Kasteel Oud Wasenaar | 83 | 2% |
Totaal | 4.953 | 100% |
Gezien de hoogte en de samenstelling van de portefeuille verstrekte geldleningen loopt de gemeente nauwelijks kredietrisico's. Bij de hypothecaire leningen personeel en de geldlening Kasteel Oud Wassenaar is er sprake van hypothecaire zekerheid.
Gewaarborgde leningen
Uit de staat van gewaarborgde geldleningen blijkt voor welke instellingen de gemeente garant staat uit hoofde van haar publieke taak. Er is niet gebleken dat daarbij sprake is van een instelling die een verhoogd risico heeft op het niet kunnen voldoen aan haar verplichtingen op lange termijn.
Tabel 10.5 Garantstellingen Bedragen x €1.000
Garantstellingen per 1 januari 2026 | ||
|---|---|---|
Woningbouwcorporaties (WSW) | 137.451 | |
Nationale Hypotheek garanties (NHG) | 82.000 | |
Totaal | 219.451 |
De garantstelling (achtervangovereenkomst) tussen gemeenten en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is een randvoorwaarde voor leningen van het WSW aan woningcorporaties voor het bouwen van sociale huurwoningen.
Rentelasten en toegerekende rente
In de Begroting 2025 en de Kadernota 2026 is er rekening gehouden met een lening van € 5 miljoen, voor de jaren 2026-2028, aan een rentepercentage van 3%. Deze rentelasten zijn in de Begroting 2025 en Begroting 2026 verwerkt. Aangezien op dit moment de financieringsbehoefte (het aantrekken van leningen) nog niet bekend is, is er bij de Begroting 2026 geen rekening gehouden met een omslagrente. Bij de jaarrekening 2026 informeren we over de gehanteerde omslagrente in relatie tot de daadwerkelijk aangetrokken leningen in 2026.
Uitzetting overtollige geldmiddelen
De gemeente heeft soms (tijdelijk) overtollige middelen die “uitgezet” moeten worden. Deze overtollige middelen worden uitgezet bij het Rijk. Decentrale overheden krijgen op de deposito’s van het schatkistbankieren een marktconforme rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De gemeente beschikt nog (beperkt) over overtollige liquide middelen. Deze zijn gestald op de rekening schatkistbankieren
Overige uitzettingen met een rentetyische looptijd korter dan één jaar zijn:
- Vorderingen op openbare lichamen (BTW compensatiefonds)
- Overige vorderingen (openstaande debiteuren)
EMU-saldo
Volgens Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) aangenomen, waarmee decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren bij het streven te voldoen aan de Europese begrotingsdoelstellingen.
In 2026 bedraagt de referentiewaarde voor de gemeente Wassenaar bij benadering € 4.542.000.
Tabel 10.6 EMU-saldo Bedragen x €1.000
EMU-saldo | Begroting | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
(bedragen x € 1.000) | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |
Mutaties financiële activa | ||||||
Financiële vaste activa | 58 | 134 | 137 | 137 | 137 | |
Uitzettingen | -4.038 | - | 101 | -101 | ||
Liquide middelen | -40 | - | - | 1.000 | -1.000 | |
Overlopende activa | - | - | - | - | - | |
Mutaties financiële passiva | ||||||
Vaste schuld | - | 5.000 | 5.000 | 5.000 | - | |
Vlottende schuld | 3.017 | -651 | -2.124 | -242 | 2.568 | |
Overlopende passiva | - | - | - | - | - | |
Verwachte boekwinst | ||||||
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële activa | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Berekend EMU-saldo | -7.037 | -4.215 | -2.739 | -3.520 | -3.532 | |
EMU-saldo referentiewaarde | -4.542 | -4.542 | -4.542 | -4.542 | -4.542 | |
Verschil EMU-saldo | -2.495 | 327 | 1.803 | 1.022 | 1.010 | |
Kasstroomoverzicht
Tabel 10.7 Kasstroomoverzicht Bedragen x €1.000
Kasstroomoverzicht | 2026 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000 | ||||||
Kasstroom uit operationele activiteiten | ||||||
Resultaat | 40 | |||||
Afschrijvingen, afwaarderingen | 2.919 | |||||
Mutatie reserves | -452 | |||||
Mutatie voorzieningen | 781 | |||||
Mutatie waarborgsommen, overige vaste schuld | - | |||||
Kasstroom uit operationele activiteiten | 3.288 | |||||
Kasstroom uit investeringactiviteiten | ||||||
Netto investeringen materiële vaste activa | -7.500 | |||||
Netto investeringen financiele activa | -147 | |||||
Kasstroom uit investeringactiviteiten | -7.647 | |||||
Kasstroom uit financieringsactiviteiten> 1 jaar | 5.010 | |||||
Kasstroom uit financieringsactiviteiten< 1 jaar | -1.401 | |||||
Mutatie geldmiddelen | -750 |
